Bob Vrieling speelde een hele belangrijke rol in het leven van jack van Raamsdonk, Bob leerde Jack de klappen van de zweep in het artiestenvak en nog altijd praat Jack graag over zijn leermeester Bob Vrieling, hieronder Bob's eigen verhaal met veel ups maar ook downs.


HET BEGIN VAN ALLES

Ik ben geboren als Borgert Vrieling in ONNEN. Dat is een deelgemeente van het dorp Haren in de provincie GRONINGEN. De geboorte vond plaats op 25 april op de Groningse boerderij van mijn Grootouders . Borgert Vrieling en Lammegien Koekoek. Voor mijn ouders Jacob Vrieling en Henderika Nieborg was ik het eerste kind. 6 jaar later kreeg ik nog een zusje ,Henderika (Riekje) Ik groeide op als een echte boerendorpsjongen. Toen ik 3 jaar was verhuisden wij naar de wijk TUINDORP , een echte volksbuurt met allemaal dezelfde laagbouwhuizen , 4 winkels en een school. Ik had een grote hekel aan de school en ben dan ook geen moment langer gebleven dan noodzakelijk was.(14 jaar) Ik ben direct gaan werken en ging van de ene baas naar de andere omdat ik nergens mijn “stek” kon vinden. In mijn hoofd zat enkel muziek. Op mijn 15é kreeg ik een gitaar en een half jaar later nam ik al deel aan amateur-wedstrijden. Mijn voornaam veranderde ik in Bob omdat iedereen mij toch al zo noemde. Mijn grote voorbeelden waren Bobbejaan Schoepen, Olga Lowina en Mieke Telkamp. Bobbejaan vanwege de cowboyliedjes, Olga vanwege het jodelen en Mieke vanwege haar zuivere glasheldere stem. Ik had van alle drie wel iets. Elk weekend ging ik wel ergens naar een amateur-wedstrijd met mijn gitaar onder de arm reed ik er op mijn fiets door weer en wind naar toe. Ik wil niet opscheppen maar een mindere plaats dan de 2é heb ik nooit gehaald. Er was een competitie om de “prijs van het noorden” georganiseerd door het bekende theaterbureau Herman Rinket. De grote finale was in het voorname Groningse hotel “Frigge” Ik ging er met mijn ouders op de fiets naar toe in de stromende regen. De conferencier was Kees Manders, de broer van de later bekend geworden Tom Manders .Dat was ook de eerste keer dat ik met een bekende radioartiest op het toneel stond. Ik won de eerste prijs. Een zilveren ? beker en een mand vol jenever. (Ik was 16 jaar) Maar wat véél belangrijker was, ik kreeg een aanbod om vaste medewerker te worden van een in het noorden héél bekende “semi-beroepscabaret” de Lachspiegel. Vanaf die dag trad ik 3X per week op in de noordelijke provinciën. Drie liedjes voor de pauze en drie er na. Dat was het begin van mijn carrière. Overdag deed ik van alles, kelner, verkoper, etaleur, en dan tot diep in de nacht optreden. Ik heb ook nog tussendoor mijn middenstandsdiploma gehaald want mijn ouders zagen een toekomst als beroepsartiest niet zitten. Zo gingen de jaren voorbij, jaren waarin ik geregeld een auditie ging doen in het lokkende Hilversum. Met de trein en de gitaar onder de arm. Het liep meestal uit op “U hoort nog van ons” dus niet. Ik zong bij het cabaret veel Tiroler-jodelliedjes maar ik had nog nooit een berg gezien. We zijn toen met alle artiesten gaan sparen voor een vakantie naar Tirool. Juist in die periode kreeg ik mijn eerste radio-uitzending en kon dus niet mee op reis. Een van onze andere medewerkers Albert Luciën was bij de politie en kreeg geen verlof en moest dus ook thuis blijven. De anderen (6 personen) gingen wél maar zijn in Tirool dodelijk verongelukt door met de bus onder een trein te komen. Ik was er zodanig kapot van dat ik niets meer met het artiestenvak te maken wou hebben en heb in een trieste bui voor 7 jaar getekend bij de Koninklijke Marechaussee. Ik verliet op 20 jarige leeftijd mijn vertrouwde omgeving en ging voor een militaire-politieopleding naar Apeldoorn.

DE MILITAIRE TIJD

Het eerste jaar van de opleiding was erg zwaar en er was haast géén tijd om aan het zingen te denken . Ik raakte bevriend met een collega Kees van den Ende die buitengewoon goed gitaar speelde en ook aardig kon zingen. Voor een feest in de kazerne vormden wij een gelegenheidsduo en zongen liedjes van de Spelbrekers en het toen razend populaire duo Black and White. We hadden véél succes en werden in diverse militaire tehuizen uitgenodigd om op feestjes te zingen. De artiestenmicrobe had mij weer te pakken. Na het eerste jaar werden wij overgeplaatst naar het paleis Soestdijk om daar 12 maanden koningin Juliana en de koninklijke familie te dienen. Ik heb ze in dat jaar allemaal persoonlijk leren kennen en gesproken. De prinsessen Beatrix, Irene , Margriet en Marijke. Deze laatste heb ik zelfs op de bevroren paleisvijver op de slee getrokken terwijl de Koningin chocolademelk kwam schenken . Prins Bernhard zag ik geregeld in het gebouw van zijn militaire staf in Soestduinen. Ik heb daar ook leren typen op de schrijfmachine van de Prins tijdens mijn nachtdienst op zijn kantoor. Het paleis had een eigen koor van paleismedewerkers en al gauw was ik daar lid van en stond te zingen tussen lakeien, chauffeurs, koetsiers, tuinlieden, baronnen en baronessen. Tijdens het kerstfeest op het paleis moest ik een solo zingen waarna de Koningin bij mij kwam en zei: “U kunt mooi zingen Marechaussee, ik heb van U genoten:” Ik was de trotste man van Nederland. Na Soestdijk werd ik overgeplaatst naar Venlo om aan de Duitse grens pascontrole te doen. In de kazerne kreeg ik een kamer alleen zodat ik in mijn vrije tijd kon zingen zoveel ik maar wou. Ik had een eerste bandrecorder gekocht en nam daar liedjes op met mijn gitaar. Ik heb in 1957 al eens voor mijn eigen geld een 78 toerenplaat laten maken in de studio van Addy Kleingeld uit Helmond de latere ontdekker en manager van HEINTJE . Het waren twee zelfgeschreven Groningse liedje als verrassing voor mijn ouders. Aangezien wij hem nu niet meer kunnen draaien hangt hij ingelijst op mijn kantoor. Ik zong in die tijd heel veel liedjes op de bandrecorder en op een gegeven moment had ik “ sent me the pillow” opgenomen en was daar zo verrukt over dat ik dacht: “Ik moet ontdekt worden” Ik heb de telefoon gepakt en brutaalweg naar Jhonny Hoes gebeld. Ik kreeg hem meteen aan de lijn en toen gebeurde er dit…….

Met Johnny Hoes

(Ik) Dag meneer Hoes ik heb hier een opname van een geweldige zanger en die wil ik U graag laten horen
Stuur mij het bandje maar op
(Ik) Nee ik wil het U door de telefoon laten horen; Als het niet goed is dan hoef ik ook niets te sturen.
Goed, laat maar eens horen ( en ik draaide de band af)
(Ik) Hoe vond U het meneer Hoes ?
Inderdaad een geweldige stem; Waar kan ik deze zanger vinden ? (Ik gaf hem mijn eigen nummer en 5 minuten later belde hij)
Hallo met Jhonny Hoes. Is U Bob Vrieling? Ik heb een bandje van U gehoord en zou U graag eens persoonlijk ontmoeten.
(Ik- verbaasd) Een bandje van mij ? Wie heeft dat gedaan ? ( tot nu toe heeft Jhonny Hoes het nooit geweten)
Dat weet ik ook niet maar komt U zo spoedig mogelijk naar mijn huis in Weert om een auditie te doen.
Een paar dagen later ging ik met de trein naar Weert en nadat ik wat liedjes had gezongen kreeg ik een contract voor mijn eerste plaat. Het was een eigen geschreven cowboy-jodellied Buffeljacht uitgebracht op DECCA. Hoes bracht de plaat uit onder de naam Bob Vrieling de zingende Marechaussee. Dat heb ik geweten want de hoogste Generaal van de Marechaussee belde mij persoonlijk op. Of ik helemaal gek was geworden om de naam van het elitekorps van de Koninklijke Marechaussee door het slijk te halen met mijn liederen. Ik moest opdraven op het Ministerie in Den Haag om mij te verantwoorden. Een half jaar later kwam mijn tweede plaat uit en deze keer gewoon onder mijn eigen naam. Ik kreeg mijn eerste tv contract. Ik mocht een liedje over de natuur zingen in de Rudy Carrellshow. Ik was zo gelukkig als een kind. Dit was dé kans op een doorbraak. Ik vertelde het tegen iedereen. Een week voor de uitzending kreeg ik echter een brief dat het optreden niet zou doorgaan met de nodige excuses. Rob de Nijs kwam in mijn plaats met Ritme van de regen. Na 7 jaar hield ik de Marechaussee voor bekeken en aangezien ik intussen getrouwd was met een meisje uit Apeldoorn, Louise Rouwenhorst ben ik daar naar toe verhuisd en in een grammofoonplatenwinkel gaan werken want mijn “roem” was nog niet zo groot dat ik daarvan kon leven. Ik werd vader van een zoon Louis Borghard. ( Borry) en het leven ging rustig en saai verder.

HET BEGIN VAN HET BEROEPSLEVEN

Optreden deed ik bijna niet. Niemand kende mij nog doordat ik zolang uit de running was geweest . Werken in de grammofoonplatenwinkel en op zondag een wandelingetje met vrouw en kind. Iedere week weer datzelfde ommetje. Op de koffie bij mijn schoonouders of andersom. Mijn vrouw vond dat geregelde leven echter prachtig maar voor mij had het leven géén perspectieven meer en ik werd steeds depressiever. Op een avond ging ik naar een cabaretvoorstelling van het op de Veluwe zéér bekende gezeldschap The Jolly Jokers. Het was een semi-beroepsgezeldschap in dezelfde stijl als de vroegere Lachspiegel in Groningen. Ik was direct in de ban van deze artiesten en schreef ze de volgende dag een lange brief waarin ik mijn talenten beschreef. Tot mijn opluchting kreeg ik al snel een bericht terug waarin ik werd uitgenodigd voor een gesprek. Zonder er met mijn vrouw over te spreken ben ik er heen gegaan. Het gezeldschap bestond uit Freek Gest en Leo van Woensel komieken, De pianiste To Gest, Aty van Paare cabaretière en Henny Possemus, zanger. Deze laatste zou de groep gaan verlaten vanwege zijn privéwerkzaamheden . Ik kreeg zijn plaats. Het leven werd op slag weer een stuk aangenamer. Overdag de winkel en 3 tot 4 keer per week een optreden. Dit echter zéér tegen de zin van mijn vrouw. Na een paar jaar verliet Aty van Paare het gezeldschap om beroeps te worden bij het gezeldschap van de beroepsconferencier Tonny Leerink uit Deventer. Wij kregen een vervangster maar het werd nooit meer wat het was geweest. Na een paar maanden kwam Aty mij vragen of ik geen zin had om beroepsartiest te worden want er was een contract voor een lange tournee door heel Nederland met Tonny Leerinks Koekstadcabaret. Ik hoefde geen 2X na te denken en werd beroeps. Zeer tegen de zin van mijn vrouw wat uiteindelijk tot een scheiding heeft geleidt. Ik was gecontracteerd als zanger maar toen de conferencier ziek werd nam ik zijn taak over. Dit was het begin van mijn carrière als presentator / Zanger. Na enkele jaren verliet ik het Koekstadcabaret om verder te gaan als zelfstandig artiest. Ik werd door héél Nederland gevraagd als conferencier/ zanger en was de meest gevraagde presentator. Ik presenteerde programma’s in de grootste zalen van het land en werkte met artiesten als o.a.: Mieke Telkamp, Corry Brokken, De Spelbrekers , De Wama’s, Jhonny Kraaikamp sr. Andrè van Duin, De Mounties, The Chico’s, The Kilima Hawaiiens, Eddy Christiani, Frank en Mirella, Conny Vink, Luv, Het Cocktail Trio, Imca Marina, The Tree Jacksons, Toby Rix, Arno Janssen, Conny van den Bosch, Corry Konings ,Mieke, Ben Cramer, Ronny Tober, Lee Touwers,Jan en Zwaan, Anneke Grönloh, De Selvera’s, en met al die onbekende maar o zo belangrijke variétéartiesten zoals, acrobaten, goochelaars, jongleurs, dansers en danseressen ,de vele muzikanten en orkesten;

Zéér trots was ik op hun uitspraak “ Als je door Bob Vrieling wordt aangekondigd is dat de helft van het succes ”

Ik trad o.a. op in de Vader Abrahamshow, de Gert en Hermienshow, de Losse Groevenshow. Ik kreeg een vast contract in het amusementspaleis De Ster in Nieuwkuyk waar ik dagelijkse shows deed met o.a. De Zangeres Zonder Naam, Jhon Woodhause, De Kermisklanten, Benny Nijman, Joke Bruys, Ria Valk en Rita Corita.

Achter de bühne werd ik vaak geholpen door een jonge jongen Jack van Raamsdonk die ook artiest wilde worden. Hij was zéér geliefd bij alle collega-artiesten en heeft het later helemaal gemaakt als entertainer, muzikant en zanger. Hij heeft al verschillende C.D.s uitgebracht en is véél gevraagd in binnen en buitenland.

Ik heb een tournee gemaakt met de beroemde Duitse artiesten Roy Black, Freddy Breck en Danny Christian.

PRIKKEBEEN

Ik richtte mijn eigen cabaretgroep PRIKKEBEEN op waarmee we 16 jaar door het land zijn getrokken. Het bestond uit Aty van Paare cabaretière, Albert Luciën musical act en later vervangen door de Ricardo’s ( Guus en Silvia) Goochelaars. Wim Bosch muzikale begeleiding en Jan Kuiper cabaretier en verzorger van de decors het licht en het geluid, en ik zelf. Ook heeft Zus Selvera ( van de Selvera’s ) nog een poos bij ons gewerkt. Af en toe werd onze pianist Wim Bosch vervangen door Tony Eyck ( Wim was ook dirigent van het tv programma “Breng eens een zonnetje, met Rien van Neunen) Tony Eyck was een liefhebber van mijn liedje “Prikkebeen” waarmee ik elke avond de zaal op de kop zette. Hij bood mij aan om er een singeltje van te maken maar ik had het nummer al eens opgenomen bij Telstar van Jhonny Hoes echter zonder succes. Ik kreeg van Jhonny Hoes schriftelijk toestemming om het nummer met het orkest van Tony Eyck op te nemen bij C.N.R. Het was onmiddellijk een succes op de radio en niet in het minst door de inzet van Roel Balten en Kees Schilperoord die beiden een platenprogramma presenteerden. Ik kreeg de ene tv aanbieding na de ander. O.a. MIK en carnavals- programma’s. Daarna heb ik geen echte hit meer gehad, temeer daar een artiest in die dagen géén begeleiding kreeg en zelf voor een opvolger moest zorgen. Maar beter één hit dan géén hit want mijn naam was gemaakt. Later kreeg ik het nummer “ Het geft allemaal niks want wie holt van mekaar” in de handen. Iedereen was enthousiast over dat lied en ik heb het in allerijl midden in de nacht opgenomen. De volgende morgen heb ik de opname snel naar de grammofoonplatenmaatschappij gebracht en die zouden het binnen een week uitbrengen. Onderweg naar huis hoorde ik op de autoradio een nieuw lied van Gerard Hoeben en dat was tot mijn schrik, Het geft niet….Hij was mij met hetzelfde idee net een paar dagen voor. De plaat is nog wel uitgekomen maar heeft natuurlijk niets gedaan in vergelijking met Gerard Hoeben. Ook had ik pech met het volgende project. Ik werd gebeld door een platenfirma die letterlijk zeiden: “We hebben een hit in de handen en zouden graag willen dat jij dat gaat zingen” Op mijn vraag welk nummer het was wilden ze geen antwoord geven maar ze garandeerden mij dat het beslist een grote hit zou worden. Ik had echter een platencontract met Jhonny Hoes en die wilde mij géén toestemming geven om ergens anders een plaat op te nemen. Zeker niet na het succes van Prikkebeen bij een ander. Het feest ging dus niet door. Later bleek het te gaan om de grote hit “ T’ is moeilijk bescheiden te blijven”

Het buitenland

Tijdens het eerste deel van bovenstaande periode was er in de wintermaanden volop werk maar in de zomer lag dat bijna geheel stil. Toch moest er brood op de plank komen. Ik ben toen als reisleider gaan werken voor een reisbureau “De Magneet” uit Alkmaar die mij door een collega was aanbevolen. De eerste twee zomers werd ik uitgezonden naar het Sauerland. (Saalhausen) Het bleek al snel dat ik het byzonder graag deed, haast net zo graag als het artiestenvak. Iedere week een bus vol nieuwe toeristen die ik alles over de omgeving vertelde. Mopjes tappen in de bus en één avond een One man show. Met begeleiding van mijn gitaar en zonder microfoon hield ik mijn conference en zong mijn liedjes 2 x 1 uur aan een stuk. En met veel succes. Het 3é seizoen werd ik naar Oostenrijk (Karintië) gestuurd naar het vakantieplaatsje Mallnitz. Hetzelfde scenario, reizen, vertellen, moppen en de One man show. Het jaar daarop moest ik nog dieper Oostenrijk in en wel naar Landskroon bij Villach. Daar kwam ik in een buitengewoon slecht hotel terecht. Heel oude kamers zonder badkamer en ander komfoor. Het lag pal naast een zeer drukke autoweg en tot overmaat van de ramp was er in het hotel een kegelbaan die zo gehorig was dat de gasten in hun bed lagen te trillen. Het enige lichtpuntje waren de eigenaars. Die waren zo ontzettend lief. Ik was er kind in huis en kon mijn gang gaan en doen wat voor mij en mijn gasten goed was. Het eten was voor een busreis zeker goed te noemen. Verder is de omgeving natuurlijk prachtig. De beroemde Wörthersee en de uitstappen naar Joegoslavië en Italië. Héél véél klachten bij aankomst van de gasten en iedereen zéér tevreden bij het afscheid. Ondanks alle gebreken van het hotel zeiden de mensen dat het hun fijnste vakantie was geweest. Volgens het reisbureau lag dat aan mijn aanpak, mijn kennis van zaken mijn moppen en mijn One man show. Het volgende jaar was “mijn” hotel het eerst volgeboekt. Ik ben er 7 jaar gebleven. Intussen was mijn “talent” ook in Oostenrijk niet onopgemerkt gebleven en kreeg ik al snel een paar radio-optredens. Vooral omdat ik beter kon jodelen dan de Oostenrijkers zelf. Ik heb jaren in een Alpenorkest gezongen zonder dat het publiek merkte dat ik géén Oostenrijker was. Mijn leukste herinnering is een optreden in de schouwburg van Klagenfurt met Udo Jurgens. Daarna kreeg ik teveel contracten in Nederland zodat ik met het reisleiden moest stoppen maar ik mis het nog iedere dag. Ik ben in 1986 met mijn fans naar Oostenrijk teruggegaan en dat is hen zo goed bevallen dat ik ieder jaar een buitenlandsereis voor hen organiseer. Met een erkend reibureau. In 2006 gaan we voor het 20é jaar op reis en maken daar een nostalgische reis van naar Karintiê.Oostenrijk waar alles is begonnen. OOSTENRIJK is mijn 2é vaderland geworden. Servus !!!

Bobbejaan Schoepen en Bobbejaanland

Op een gegeven moment hoorde ik dat er in België een BOBBEJAANLAND bestond, een pretpark van Bobbejaan Schoepen. Ik dacht dat die allang dood en begraven was maar hij bestond dus nog. In het park werden shows gegeven waar Bobbejaan zelf optrad. Ik wou mijn idool wel eens in levende lijve aan het werk zien. Zaterdagnacht kwamen wij laat thuis na een voorstelling met het cabaret Prikkebeen maar de volgende morgen ging ik met mijn collega en vriend Jan Kuiper en zijn gezin al vroeg naar België. Ik moet eerlijk bekennen dat ik nog nooit in België was geweest. In Bobbejaanland gingen we naar de showzaal waar die dag 3 shows werden gegeven. Wij namen de tweede show. Iedere show duurde 2 ½ uur. Ik was verrukt over de prachtige grote zaal 1200 personen, het grote podium, de grandioze verlichting en het prima geluid. Het voorprogramma bestond uit 2 voor mij onbekende, zangeressen Ivette Ravell en Lillian st Piere. Met Ivette heb ik later héél véél shows in België gedaan en Lillian is één van de beroemdste zangeressen van België geworden en heeft zelfs aan het Eurosongfestival meegedaan en is nog steeds een goede vriendin. Verder was er een ballet, een conferencier, Guust Lansier en het acrobatenduo De Bensons. Met De Bensons had ik al diverse keren in Nederland opgetreden en na afloop van de show wilde ik ze in hun kleedkamer gaan begroeten. Ik liep echter de verkeerde kleedkamer binnen en stond oog in oog met Bobbejaan Schoepen.” Sorry meneer” zei ik “Kom er maar in” zei Bobbejaan. Zo begonnen wij een gesprek en na een tijdje wist hij wie ik was. Tot mijn stomme verbazing bleek hij mij te kennen. Hij had gehoord dat ik zo’n goede presentator was en vroeg of ik het volgende programa wilde aankondigen want zijn conferencier moest weg. Ik heb vlug mijn muziekboeken en kostuums uit de auto gehaald want die lagen er nog in en ben even gaan repeteren met het twaalfkoppige orkest. Ik heb het programma gepresenteerd en een paar liedjes gezongen en zonder overdrijving mag ik zeggen, met veel succes. Toen Bobbejaan op het toneel kwam riep het publiek “Bobbejaan, die moet je houden” dat was ik. Om kort te gaan, ik ben er 10 jaar gebleven en heb er shows gedaan met o.a. Paul Severs, James Loyd, Judy en Charly Sax; Nicolle en Hugo, Mel Turner, Bohra en Sandy, met vele balletten, orkesten en internationale variëtèartiesten. Bobbejaan was een geweldige werkgever en collega die ons de volledige vrijheid gaf om onze talenten te tonen. Ik heb in die tijd nog verschillende singels en L.P.s opgenomen met eigen liedjes en covers van Bobbejaan. Ook heb ik nog een L.P. opgenomen met moppen onder de titel “Een Hollander in België” live in Bobbejaanland. De laatste 2 jaar werd het orkest in Bobbejjaanland vervangen door een geluidsband en was het niet zo fijn meer dus ben ik gestopt. Ik zat niet zonder werk want inmiddels had ik een naam opgebouwd in België. Ik kreeg een paar tv-uitzending uitzendingen en presenteerde shows door geheel België met o.a. An Christy, Gaston en Leo, De Strangers, Jo Leemans, Jimmy Frey, Margriet Hermans, Marc Dex, Wendy van Wanten, Lia Linda en vele anderen. Ook stond ik één seizoen in de bekende showtempel aan de Belgische kust Het Witte Paard in Blankenberge. Met o.a. Yvonne Verbeeck, Jhonny White, Daan van den Durpel, Katrien Gallez, De Barry Stevens Dansers, Rod Sainclear en het grote Showorkest van Lou Roman. Ook deed ik enkete seizoenen mee aan de veel bezochte Nicoll en Hugoshows in het Bredene Pallas. Samen met Samantha, Borah en Sandy. Vaste presentator en zanger was ik op de toernees en in de feestzaal LAS VEGAS van Eddy Wally in Ertvelde. Daarna werkte ik 12 jaar in de middagshows van het beroemde showcafe De Veertien BIllekens in Zandhoven. Ondanks de gekke naam was het een keurig etablissement waar wekelijks honderden mensen kwamen. De shows liepen van maandag t/m vrijdag. Ik was daar de organisator, regisseur, tekstschrijven, componist, komiek, zanger en presentator. Elke maand waren er andere medewerkers o.a. het gezeldschap Kees Brug, Showcabaret Eddy Smets, De Strangers, Paul Severs, Jacky Lafon, P.C.Brouwn, Gaston Bergmans, Yvonne Verbeeck, Ivette Ravell, Juul Kabas, en Henk van Montfoort. Elk jaar schreef ik een complete Kerstshow waar het publiek voor in de rij stond de hele maand December. Ik ben dus nooit meer teruggegaan naar Nederland want ik had het reuze naar mijn zin in België. Ik was een vaste waarde geworden..

AFSCHEID

Ik stond bijna 50 jaar op het toneel toen ik er ineens genoeg van kreeg. Altijd maar weer mezelf bewijzen met steeds weer nieuwe liedjes en sketsen schrijven. Steeds een andere show maken met nieuwe kostuums. Altijd tot het uiterste gaan om het publiek te amuseren. En dus heb ik het laatste contract afgemaakt en ben gestopt. Ik heb er nooit een dag spijt van gehad; Ik had het lang genoeg gedaan; Over en uit !! Het enige wat ik nog wilde doen was reizen, alleen, of met mijn fans. En zo gingen een paar jaren voorbij. Vrijheid, reizen en tijd om te leven. Doen waar ik zin in had en niet aan toe was gekomen Gewoon gelukkig zijn; o ja ? o ja ? en waarom dan dit ??

WAAROM ??

Het liep allemaal zoals ik het graag wilde. Vrijheid, Reizen, mijn geluk kon niet op. Hierop had ik recht vond ik zelf na al die jaren van hard werken. Maar het lot besliste anders. Ik was met mijn fans op vakantie in Tirool toen ik merkte dat mijn rechterarm steeds moeilijker wilde bewegen. Ach het zou wel weer voorbij gaan dacht ik en ging gewoon door. Na 2 weken was het nog steeds niets verbeterd. Na de vakantie reed ik alleen in mijn auto terug naar België (1200 km) Ik voelde mij ziek en zwak. Mijn rechtervoet schoof steeds van de het gaspedaal af en het schakelen met mijn rechterarm werd steeds moeilijker en pijnlijker maar ik reed door; Met véél moeite ben ik thuis geraakt. De volgende dag kwam de dokter en een half uur later lag ik in het ziekenhuis. Hersenbloeding was de diagnose. Elke dag werd het erger en elke dag kon ik mij minder bewegen. Op een gegeven moment was ik totaal verlamd .Met 4 personen moesten ze mij uit en in bed helpen. Praten kon ik helemaal niet meer. Ik werd naar een ander ziekenhuis gebracht waar ik lang in bed heb gelegen. Langzaam, zéér langzaam ging het een beetje beter en kon ik aan de revalidatie beginnen. Maar na één jaar in het ziekenhuis kon ik nog steeds niet lopen maar wél weer praten. Ik ben toen toch naar huis gegaan waar er een bed voor mij in de woonkamer werd gezet. Mijn moeder (87) kwam uit Groningen om mij te verzorgen. Na een half jaar was ik weer zover dat ik mij alleen kon verzorgen met geregelde hulp van familie en vrienden . Volgens de doktoren ligt mijn herstel voornamelijk aan mijn ijzeren wilskracht. Momenteel gaat het uitstekend al moet ik het gebruik van mijn rechterhand nog steeds missen. Nog steeds ga ik 4X in de week naar de revalidatie.

CODA

Het is nu 2006. Ruim 65 jaar na net begin van dit verhaal. Hoe is mijn leven nu? Ik ben een gelukkig mens ondanks alles. Gelukkig dat ik mijn moeder nog heb. Gelukkig met mijn vrienden die zoveel voor mij beduiden. Gelukkig met de mooie herinneringen. Gelukkig met alles wat ik nog kan. Gelukkig met datgene wat ik nog voor een ander kan beduiden. De organisatie van buitenlandse reizen gaat weer gewoon door maar optreden doe ik niet meer en zult U het moeten doen met mijn platen en C.D’s. Dames en heren, mijn hartelijke dank voor de tijd die U nam om dit verhaal te lezen en ik wens allen een gezond leven toe.
Met vriendelijke groeten Bob Vrieling.



CD's te bestellen op : www.fonos.nl met vermelding Bob Vrieling